Richard Dawkins: God als misvatting

 

uitg. Nieuw Amsterdam, 2006, ISBN -13:978-90-468-0147-5, 448 blzz.

 

Het syndroom van Dawkins

Henk Hogeboom van Buggenum


Dawkins stelt dat "de God-hypothese een wetenschappelijke veronderstelling over het universum is, die met evenveel scepsis moet worden onderzocht als elke hypothese"(p. 10). Hij formuleert deze God-hypothese als volgt: "Er bestaat een bovenmenselijk, bovennatuurlijk wezen dat doelbewust het universum en alles erin heeft ontworpen en geschapen"(p. 39) Daarmee distantieert hij zich van o.a. Stephan J. Gould 1. Wetenschap en religie zijn volgens Gould elkaar niet overlappende gebieden of magistera (NOMA). Dawkins daarentegen: "Een universum met een scheppende toezichthouder" zou "een heel ander soort universum zijn, een universum zonder zo'n wezen. Waarom is dat geen stof voor wetenschappers?"(p. 65)

Dawkins krijgt uiteraard veel kritiek op deze vermenging van geloof en wetenschap. Hij vertelt, dat hij op een congres in Cambridge, dat georganiseerd was met steun van de Templeton Foundation2, theologen uitdaagde om in te gaan op zijn punt "dat een God die in staat is een universum of wat dan ook te ontwerpen wel complex en statistisch onwaarschijnlijk moest zijn". Men gaf hem te kennen, dat de "wetenschappelijke argumenten...ongeschikt waren aangezien theologen altijd het standpunt hadden gehuldigd dat God zich buiten het wetenschappelijk domein bevindt"(p. 170/171). En dan schrijft Dawkins: "Ik kreeg niet de indruk dat de theologen te kwader trouw waren...Toch moest ik denken aan het commentaar van Peter Medawar op Le Phénomène Humain van priester Teilhard de Chardin, in wat misschien wel de vernietigendste boekrecensie aller tijden is: "De auteur kan alleen van onoprechtheid worden verontschuldigd op grond van het feit dat hij alvorens anderen te misleiden, zich de grootste moeite heeft getroost om zichzelf te misleiden."3

Eigenlijk is het beschamend, dat Dawkins Teilhard in dit verband opvoert. Beschamend, omdat juist Teilhard zich de grootste moeite heeft gegeven wetenschap en religie in Le Phénomène Humain (Het verschijnsel Mens) niet te vermengen. Beschamend ook, omdat mag worden verondersteld, dat Dawkins heel goed weet, dat Teilhard zich in dit werk volledig achter Darwins leer van de 'natuurlijke selectie' heeft gesteld. Voor hem, was het dus net zoals voor Dawkins een bewezen feit, dat vanaf het ontstaan van leven de evolutie via natuurlijke selectie in kleine stapjes is verlopen. Maar erger nog vind ik, dat Dawkins Teilhard opvoert tegenover theologen, terwijl hij zou moeten weten, dat Teilhard zich op grond van zijn wetenschappelijke bevindingen in ander werk wèl over de geloofskwestie heeft uitgelaten. Teilhard stelt daarbij nadrukkelijk, dat theologen maar moeten uitmaken welke consequenties zijn denken zal hebben voor het geloof, met name het christendom. Dat is gebeurd. De r-k Kerk heeft hem verboden het werk tijdens zijn leven te publiceren. Veel van zijn kritiek die ook Dawkins heeft op theologische kwesties als erfzonde en verzoening4 hebben daarbij ongetwijfeld een rol gespeeld.

Goed, laten we er even van uitgaan, dat Dawkins mening hout snijdt en dat het zinvol is om God en de religie wetenschappelijk te benaderen. Hoe komt hij dan tot zijn conclusie, dat God vrijwel zeker niet bestaat (hfdst. 4 - p.125-176) )? En ... dat "atheïst zijn iets is om trots op te zijn, omdat het vrijwel altijd duidt op een gezond zelfdenkend vermogen" (p.12), zodat "vrije geesten weinig aanmoediging nodig hebben om zich te ontworstelen aan de verdorvenheid van religie (p. 14)?

Zijn voornaamste argument is, dat statistisch gezien het ontstaan van leven uit de materie al heel erg onwaarschijnlijk is. Een entiteit (als God - HvB) die in staat is zoiets onwaarschijnlijks te ontwerpen als een Duitse pijp (Aristolochea trilobata) zou zelf nog onwaarschijnlijker zijn.... Wie ontwerpt de ontwerper? (p. 135/136). "De darwinistische evolutie neemt het stokje monter over zodra het leven er eenmaal is. Maar hoe gaat het van start? Dat vereist de expertise van een chemicus. De ID-hypothese5 postuleert een God, die bewust een wonder heeft verricht, die in de prebiotische soep zijn goddelijk vuur heeft doen ontbranden en als spectaculair hoogtepunt DNA of iets soortgelijks lanceerde."[p.153] "Het antropisch alternatief ervoor is statistisch van aard... met een bespottelijk geringe kans van één op één miljard planeten zal er op Aarde leven ontstaan. [p.154] "Een God, die in staat is om de ideale waarden te berekenen van de zes natuurconstanten 6zou minstens even onwaarschijnlijk moeten zijn als de subtiel afgestelde getallencombinatie zelf, en dat is wel héél onwaarschijnlijk - en de premisse van de hele discussie die we hier voeren" (p. 160).

Dawkins schrijft perplex te staan "van het aantal mensen dat het probleem niet inziet en echt genoegen lijkt te nemen met het argument van de goddelijke knoppendraaier... een verbijsterende blinde vlek". Klinkt dat wetenschappelijk?

De schrijver geeft voor een monist te zijn, d.w.z. te geloven "dat het verstand een manifestatie is van materie - van het materiaal waarvan de hersenen of misschien computers zijn gemaakt - en dat het denken niet los van die materie kan bestaan"(p. 196/197). Ook Teilhard de Chardin was een monist in zijn hypothese over het evolutionaire proces, en wel zó dat hij ervan uitging dat de geest zich manifesteerde in de stof en daar voor onze waarneming onverbrekelijk mee verbonden is. Zowel Dawkins als Teilhard gaat dus uit van een eenheid die zich in verscheidenheid manifesteert. Voor Dawkins telt echter slechts als werkelijkheid, datgene wat via onze instrumenten (hersenen, microscopen enz.) materieel kan worden waargenomen. Voor hem verschijnen hierin leven, bewustzijn als bij toverslag door statistisch toeval. Deze verschijnselen zijn voor hem kennelijk niet op een wijze deelbaar als in het cumulatieve proces dat we aantreffen in de ontwikkeling van levende soorten. Merkwaardig eigenlijk die redenering, want 'leven' zowel als 'bewustzijn' bestaan in dit proces toch in diverse gradaties. Teilhard de Chardin lijkt wat dat betreft veel consequenter. Voor hem zijn 'leven' en 'bewustzijn' in potentie al vanaf de big bang in een of andere graad in de materie aanwezig. Zoals bijvoorbeeld in een stamcel de potentie om zich te ontwikkelen tot een 'hartcel', een 'levercel' of een 'huidcel' aanwezig is, ook al kunnen wij die waarnemen noch meten. De matrix van onze werkelijkheid is derhalve in de visie van Teilhard de Chardin 'omnipotent'.

Een mooi woord voor deze omnipotente onzichtbare en voor ons ondeelbare werkelijkheid achter de waarneembare werkelijkheid is het woord God. God, een woord waarmee wij op grond van ons beperkte inzicht of bewustzijn in deze werkelijkheid inderdaad - zoals Dawkins ook vanuit zijn bespreking van o.a. de Bijbel uiteenzet - zoveel verschillende beelden hebben ontwikkeld. Beelden, die tijd- en cultuurgebonden zijn, omdat ze afhankelijk zijn van ons wereldbeeld, ons bewustzijn van de wereld. Vandaar ook, dat Dawkins terecht mag stellen, dat onze ethiek er was vóór onze religies, dat moraal niet vastligt en dat gelovigen zowel als atheïsten een besef hebben van 'goed' en 'kwaad' en navenant kunnen handelen. Wat belangrijker lijkt is de constatering van Teilhard, dat de evolutie van de soorten zich lijkt te bewegen in de richting van meer complexiteit en bewustzijn, gecombineerd met meer vrijheid en verantwoordelijkheid voor het gehele proces op grond van samenwerking tussen de delen. De universele, ook onafhankelijk van de godsdienst geformuleerde tien geboden, waaraan Dawkins zijn versie toevoegt (p.285), kunnen vanuit deze richting van de evolutie worden begrepen en vereenvoudigd. De mens is de drager van de evolutie, die de werkelijkheid is welke zich aan hem openbaart. God komt zo tot hem via de ander, is in die zin ook een persoonlijke God7. Ethisch is al hetgeen de ander bevordert ten gunste van het geheel van het proces. Om te weten wat dat is, vereist de inspanning van de verdieping in de ander door studie, inleving en dergelijke. Door inclusief denken.

Het syndroom van Dawkins is zijn afkeer van religie door een eenzijdige focus op de uitwassen ervan. De therapie ligt mogelijk in de ontwikkeling van het bewustzijn, dat ook alle religies deel zijn van een evolutieproces.

Noten:

  1. Stephan J. Gould Rocks of Ages: Science and Religion in the Fullness of Life, New York: Ballintin, 1999 (Ned. Vert. God en Darwin: wetenschap en religie in de volheid van het bestaan, Uitg. Contact, Amsterdam, 2000.
  2. De Templeton Foundation kent jaarlijks de Templeton Prize toe "meestal aan een wetenschapper die bereid is iets aardig over religie te vertellen" (Dawkins p. 27) "Het geldbedrag is nadrukkelijk hoger gemaakt dan de som verbonden aan de Nobelprijs" (Dawkins p. 170)
  3. In o.m.: P.B. Medawar Pluto's Republik, Oxford University Press, 1982, p. 155.
  4. Op blz. 271 schrijft Dawkins: "Ik heb het dan vooral over de centrale leer van het christendom. De leer van de 'verzoening'en 'erfzonde', de kern van de theologie van het Nieuwe Testament, is moreel bijna even stuitend als het verhaal van Abraham die zich op maakt om Isaak te barbecuen."
  5. Over de zowel wetenschappelijke als theologische afwijzing van ID = Intelligent Design vgl. Palmyre Oomen 'Intelligent Design - géén brug tussen natuurwetenschap en theologie! in GAMMA, jrg. 13 nr. 1 - mrt 2006 en mijn lezing op 28-11-2007 voor de Raad van Kerken in Hilversum in deze GAMMA en op de frontpagina van onze website.
  6. Vgl. Martin Rees Just six numbers, Weidenfeld & Nicolson, Londen 1999 (Ned. vert. Zes getallen: de krachten die het universum in stand houden, Uitg. Contact, Amsterdam 2000.
  7. Latijn: per-sonare (door ...heen klinken)