PIERRE TEILHARD DE CHARDIN
VERWANTE DENKERS


1. Alfred North Whitehead (1861-1947)

Hij was een beoefenaar van de wiskunde. Voordat hij verhuisde naar de Verenigde Staten hadden al zijn werken dan ook betrekking op de symbolische logica, wiskundige fysica en de filosofische implicaties van de wis- en natuurkunde. In 1942 werd hij door de Harvard-universiteit uitgenodigd de filosofische faculteit te komen versterken. In de tijd, die hij daar doorbracht publiceerde hij zeven boeken, waarin hij zijn filosofische ideeën verfijnde en uitwerkte. Hij voelde de innerlijke noodzaak de zwaai te maken naar de metafysica in een tijd waarin men hiernaar met grote argwaan keek en zelfs de mogelijkheid ervan in twijfel trok. Van zijn werken noemen wij: The principle of reality (1922), Science and the modern world (1925), Religion in the making (1926), Process and reality (1929), The aims of education 1929), Adventures of ideas (1933), Modes of thought (1938)

David Ray Griffin baseert zijn boek Reenchantment without Supernaturalism op de procesfilosofie van Alfred North whitehead (1861-1947). Tussen deze filosofie en die van Teilhard de Chardin bestaat een wezenlijk verband. De uitgever van het werk van Teilhard in Nederland en Frankrijk, de franciscaan prof. dr. Max Wildiers, heeft dit verband in zijn boeken Kosmologie in de Westerse cultuur (1989) en De vijf vreugden van de geest (1996) reeds onderkend en het belang ervan voor de toenadering van wetenschap en religie onderstreept. Voor de Stichting Teilhard de Chardin, die zich ten dienste stelt van het 'Genootschap tot Convergentie van Wetenschap en Religie', is het dus een goede zaak, dat zij het boek van Griffin nu met een Nederlandstalige inleiding onder de aandacht mag brengen. Temeer daar dit gebeurt in een zorgvuldige formulering en stapsgewijze opbouw die ook voor niet-theologen en filosofen toegankelijk moet zijn.

De auteur Ben Crul is inmiddels in Nederland geen onbekende. Hij vertaalde eerder het boek van de procesdenker Thomas E.Hosinski Stubborn Fact and Creative Advance (Wat gebeurt er in Gods naam? - uitg. Agora/Pelckmans, Baarn 1999) en publiceerde in 2002 bij uitgeverij Dabar-Luyten het boekje Kerkverlaters, ze geloven het wel - uitzicht op een nieuw godsbeeld. Het feit, dat hij van huis uit geen filosoof of theoloog is, mag ertoe hebben bijgedragen, dat hij het voor velen toch moeilijke onderwerp op een alleszins begrijpelijke wijze uiteenzet. Download een inleiding bij het boek 'David Ray Griffin : Reenchantment without Supernaturalism - Hernieuwde bezieling zonder bovennaturalisme'.

Whitehead - studiegroep:

In Rijswijk (Z.-H) komt elke maand een studiegroep bijeen, die zich beijvert om het werk van Whitehead in Nederland meer ingang te doen vinden. In België doet prof. dr. Jan van der Veken als voorzitter van de European Society for Process Thought hetzelfde. Hij trad in december 1998 op als één van de opponenten bij de promotie van Palmyre Oomen aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Haar dissertatie droeg de titel:Doet God ertoe? - Een interpretatie van Whitehead als bijdrage aan een theologie van Gods handelen (uitg. Kok, Kampen, 620 blzz., ƒ 69,90). Het ambt van buitengewoon hoogleraar namens de Radboudstichting aan de Technische Universiteit Eindhoven (TUE) aanvaardde prof. dr. Palmyre M.F. Oomen met de intreerede "Werkelijkheid - Over materie en geest, alfa en bèta, en de zaak van de wijsbegeerte.

2. Carl Gustav Jung (1875-1961)

Deze Zwitserse psychiater brak met de psycho-analyse van Freud, wiens dieptepsychologie hij omboog in een richting, die hij de 'analytische psychologie' noemde en waarin het begrip 'libido' de betekenis kreeg van algemene levenskracht. Daarin heeft ook (in tegenstelling tot bij Freud) het religieuze een positieve betekenis. Doordat hij het individuele bewustzijn van de mens in relatie ziet tot het collectieve bewustzijn zijn er vele parallellen met Teilhard de Chardin. Wij verwijzen kortheidshalve voorlopig even naar Prof. dr. E. A. D. E. Carp "Teilhard, Jung en Sartre over evolutie" (Aula 426) en Giulio Haas "Die Weltsicht von Jung und Teilhard - Gegensätze die sich vereinen" (Walter Verlag, Olten 1991) en naar Bernard Towers "Jung en Teilhard" in BTdC 9 (zie: werken.)

Verder verwijzen we naar de C.G. Jung Vereniging Nederland, Interdiscipilinaire Vereniging voor Analytische Psychologie (http://www.cgjung-vereniging.nl) - Verspreid over het land zijn hierin een zestal werkgroepen actief waarvan de leden maandelijks bijeenkomen om van gedachten te wisselen over onderwerpen gerelateerd aan de analytische psychologie. Daarnaast organiseert de vereniging jaarlijks enkele landelijke studiedagen en verschijnt er een kwartaaltijdschrift en een jaarboek.

Een vergelijking tussen Jung en Teilhard vinden we in de lezing van Siôn Cowell, in het boek van drs. Paul Revis De evolutie van brein en bewustzijn - Het pionierswerk van Jung en Teilhard de Chardin (uitg. Parthenon - 2009) en in het artikel van de Amerikaanse ds. Franklin E. Vitas Teilhard en Jung - Een kosmische en psychische convergentie(GAMMA, jrg. 16 nr. 2 - juni 2009, p.27-54)

Voor andere verwante denkers zie:

(Max Wildiers - 1904-1996)

Max Wildiers: Kosmologie in de westerse cultuur

Uitgeverij Pelckmans, Kapellen 1989, 344 blzz, ISBN 90 2891363 7

Henk Hogeboom van Buggenum


De mens vormt zich een beeld van zijn wereld en van het universum. Dit beeld bepaalt zijn stijl van leven. Met andere woorden: Zijn ethiek en esthetiek vinden hun rechtvaardiging in het wereldbeeld. Er bestaat een wisselwerking tussen de visie die de mens op zijn wereld heeft en zijn handelen. We zien deze visie weerspiegeld in de cultuur, d.w.z. in het hele denk- en leefpatroon van een gemeenschap. Dus zowel in de bestuurlijk-organisatorische inrichting van de staat, de stad, de kerk enz. als in de symboliek van taal, kunst, wetenschappen en religie.

Max Wildiers gaat in dit boek na, in hoeverre veranderingen in het beeld van de wereld de Westerse cultuur hebben beïnvloed. Geheel in de lijn van de opvattingen, die .wij in ons tijdschrift GAMMA huldigen, komt hij tot het beeld van een continu proces van geleidelijke overgangen, die noodzakelijk en verklaarbaar zijn vanuit het bewustzijnsniveau van elke tijd.

Zo was voor de Grieken de kosmos een volmaakt geordend geheel, een sacraal gegeven, waar zij met diepe eerbied en eindeloze bewondering naar opzagen. Het denken in de Griekse Oudheid was bij uitstek kosmo-centrisch. Zowel bij de presocratici als bij Plato en Aristoteles, zowel bij de stoïci als bij de neoplatonici neemt het gevoel van verbondenheid met de kosmos een allesbeheersende plaats in.

En dat geldt ook voor de christenen in de middeleeuwen. Max Wildiers bestrijdt terecht de opvatting van Karl Löwithl, dat het levensgevoel in de middeleeuwen van kosmocentrisch was omgeslagen in antropocentrisch, van veruiterlijking naar verinnerlijking. Löwith trekt deze ontwikkeling door vanaf Augustinus naar het 'Cogito ergo sum' van Descartes, het transcendentale Ik van Kant, het Ego-begrip bij Husserl, Heideggers en Jaspers leer van de existentie. Wildiers voert echter het werk en de uitspraken van vele kerkvaders op, waaruit duidelijk wordt, dat deze juist naar een synthese zochten tussen de christelijke leer en de opvattingen van de Grieken over de kosmos.

Aanvankelijk overheerste bij kerkelijke schrijvers weliswaar de afwijzing van de 'vergoddelijking' van de kosmos door de Grieken en verdedigden zij hun christelijke opvattingen over 'voorzienigheid' en 'wilsvrijheid' tegenover de Grieks-heidense 'noodlotsgedachte'. Maar al gauw werd het accent verlegd naar een inpassing van de christelijke leer in de Griekse kosmologie. De grote scholastici hadden namelijk veel belangstelling voor kosmologie en  natuurwetenschappen. Augustinus was daarop juist een van de weinige uitzonderingen. In het Griekse denken had Socrates al definitief het accent verlegd van het 'uitwendige' naar het 'innerlijke' en Augustinus maakte hiermee kennis via het platonisme vooral van Plotinus. Zowel de kosmologie als deze Griekse 'verinnerlijking' werden dus op een hogere trap van de culturele evolutie in het christelijke denken over God, mens en wereld geintegreerd. 

Wildiers laat aan de hand van vele citaten uit de werken van de belangrijkste kerkvaders zien hoe deze er in ongeveer duizend jaar in slaagden een synthese te bewerkstelligen tussen de christelijke leer en het antieke wereldbeeld. Prachtig zijn bijvoorbeeld passages uit werken als die van Sint-Bonaventura. Werken, waaruit de overtuiging spreekt, dat in de orde van alle geschapen dingen het spoor van de scheppende God te herkennen valt. Heel de kosmos was voor de middeleeuwse mens één groot en indrukwekkend loflied op de wijsheid, de macht en de goedheid van Hem die deze wereld tot nut van de mens heeft gemaakt. 

Het voor de middeleeuwer onaantastbare en heilige beginsel van de hiërarchische wereldorde werd voor het eerst in twijfel getrokken door bisschop Nicolaas van Cusa (1401-464).Tegenover het hechte bouwwerk van een wereldorde die de scholastici in duizend jaar hadden opgebouwd, stelde hij zijn 'docta ignorantia'. Het is alleszins begrijpelijk, dat deze hem niet in dank werden afgenomen. Net zo min als dit later het geval was bij de theorieën van de natuurkundigen Copernicus, Tycho Brahe, Kepler en Galileï. Het wereldbeeld veranderde grondig, maar het gezag van de Kerk deed er alles aan om deze verandering nog geen gemeengoed te laten worden. In l616 gaf het Heilig Officie de verklaring af, dat het onjuist was, dat de zon het centrum van het heelal is en niet de aarde. De tijd was er eenvoudigweg nog niet rijp voor. Maar beetje bij beetje wordt toch het oude wereldbeeld uitgewist. 

Wildiers vervalt nergens in een droge opsomming als hij de verdere ontwikkeling van het wereldbeeld in de tijd schetst. Om de beweging van de planeten te verklaren had Plato een beroep gedaan op een wereldziel, Aristoteles op afzonderlijke intelligenties, de middeleeuwse theologen op engelen, Descartes op etherische draaikolken ('vortices' of 'tourbillons'). Dit alles zal door het werk van Newton (1687), dat de Copernicaanse revolutie afsloot, voorgoed worden ontkracht. De visie van de mens op de ruimtelijke, de hiërarchische ordening, die als achtergrond en kader had dienst gedaan van 15 eeuwen christelijk denken, bleek een vergissing te zijn geweest. Een vergissing die allengs door natuurkundigen werd onthuld, die voor het merendeel zeer gelovig waren en hun werk in de dienst van God hadden gesteld. 

Darwin opent met zijn leer van de evolutie een nieuw begrip van de tijd, zoals Newton met zijn wet van de zwaartekracht de visie op de ruimtelijke ordening van het heelal in de astronomie vernieuwde. Zijn evolutieleer gaat zo een brug vormen tussen de wetenschap van de tijd, de geschiedenis, en van de ordening, de natuur. Aldus werd het laatste aspect van het oude wereldbeeld dat nog overeind was gebleven, namelijk het bestaan van een statische, onveranderlijke wereldorde, radicaal afgebroken en de weg vrijgemaakt voor een totaal nieuwe visie op de werkelijkheid. 

De gevolgen van de afbraak van het oude hiërarchische wereldbeeld, waarin iedereen blijvend zijn plaats en alles zijn constante rangorde had, schildert Max Wildiers ons voor de religie, de politiek en de wijsbegeerte. De mens maakt zich los van het gezag van de kerk, wordt steeds meer autonoom. Voor de religie betekent dit, dat het godsbegrip niet langer past in het nieuwe wereldbeeld. Tegenover de star aan het oude vast-houdende Roomse kerk ontwikkelen zich het pantheïsme, het deïsme en het atheïsme. Het pantheïsme leert: Al wat is, is in God en niets kan bestaan of is denk-baar buiten God. Vanaf Nikolaas van Cusa zien we de ontwikkeling in dit denken over God lopen via Giordano Bruno (1548-1600) naar Baruch de Spinoza (1632-1677) en Duitse romantici als Jacobi, Herder, Novalis, Heine en Goethe. 

De God, die door de deïsten wordt gehuldigd, is een God die de wereld weliswaar geschapen heeft en aan de natuur een vaste wetmatigheid heeft opgelegd, maar de dingen verder op hun beloop laat, zich niets aantrekt van het lot van de mensen. Het deïsme oefende een grote aantrekkingskracht uit op de geesten in de zeventiende en achttiende eeuw (bv. op Newton en Voltaire). Als geheel genomen doet het zich voor als een poging om de godsdienst in overeenstemming te brengen met de nieuwe wetenschappelijke opvattin-gen. Zo gezien is het positief een streven naar de opbouw van een natuurlijke godsdienst, die zowel een leer over God als een ethiek bevat. Maar het had ook een negatieve kant, voor zover het iedere geopenbaarde godsdienst, in het bijzonder het christendom, verwierp als zijnde onverenigbaar met de wetenschap. Max Wildiers merkt dan ook terecht op: "Merkwaardig is wel het feit, dat de drie grote geleerden (Galileï, Descartes en Newton) steeds aan het christendom trouw waren gebleven, terwijl hun werk juist de krachtigste wapenen zou leveren aan hen die dit christendom met alle kracht zouden bestrijden". (blz. 153) 

Het is logisch, dat met dit denken over God en over de mens in zijn wereld ook de opvattingen over moraal evolueerden. Ook hier werd de eenheid verbroken. Er ontstonden een aantal moraalsystemen. Wildiers gaat wat uitvoeriger in op de pantheïstische, gebaseerd op Spinoza's 'Ethica', die duidelijk gericht was op onthechting en beschouwing van de eeuwige waarden, en de 'Kritik der praktischen Vernunft' van Kant. Deze filosoof formuleerde de Verlichting als de bevrijding van de mens uit de onmondigheid, die hij zelf over zich had afgeroepen. De mens is in zijn visie autonoom. Hij heeft de vrije wil en zou op grond van de rede voor het goede moeten kiezen ('de kategorische imperatief').  

Ook laat Wildiers zien, hoe het veranderde wereldbeeld zijn invloed uitoefende op de politiek. Gezagsdragers konden immers hun rechten niet langer ontlenen aan een vermeende hiërarchische goddelijke orde. Jean Jacques Rousseau (1712-1778) en Montesquieu (1689-1755) hadden grote invloed met hun werk, waarin zij verdeling van de macht voorstonden. De Amerikaanse Vrijheidsstrijd van 1775 en de Franse Revolutie van 1789 laten de radicale verwerping van het hiërarchisch beginsel door het volk zien.  

Na de doorbraak van Newtons mechanicistische wereldbeeld wordt het denken meer en meer antropocentrisch, dat wil zeggen het gaat zich steeds meer op de mens zelf richten. De kosmos heeft hem niets meer te leren. Maar in onze tijd dringt hoe langer hoe meer het besef door, dat de 'autonome mens' eigenlijk een fictie is. Postmoderne denkers als Derrida, Baudrillard en Lyotard constateren dat de mens een weerloze gevangene is van zijn verleden, zijn taal, zijn opvoeding, zijn milieu. Michel Foucault constateert zelfs in een variant op de God-is-dood-theorie: "De mens is dood", waarmee hij de mens bedoelt zoals Kant en zijn volgelingen hem droomden: de autonome mens.  

En - zo halen wij opnieuw Wildiers aan - "nu dan een stroming in het denken aan haar eenzijdigheid ten onder dreigt te gaan, komt er een tegenstroming op die bewust aansluiting zoekt bij de kosmologie, bij het denken over de wereld in haar geheel, met inbegrip van de mens. "(blz.2l4) De wetenschapshistoricus Stephen Toulmin schrijft een boek 'The return to cosmology' (1982 - Terug naar de kosmologie) en ook Karl Popper zag de kosmologie al als het filosofische probleem in zijn werk 'The logic of scientiflc discovery' (1965 - De logica van de wetenschappelijke ontdekking). Naar de mening van vooraanstaaande geleerden grijpt vandaag een revolutie plaats in het wereldbeeld, even radicaal en even vernieuwend als die, welke Newton 300 jaar geleden inluidde. 

De wetenschapper werd steeds meer specialist. Velen voelen nu, dat hun persoonlijke betrokkenheid bij het geheel werd opgeofferd aan de tijd en de objectiviteit die hun deelgebied vergde. Het besef breekt baan, dat de ontwikkelingen van wetenschap en technologie een deel van de problematiek zijn geworden, waarmee onze wereld kampt op het gebied van de ecologie, de economie, de medische ethiek enz. De verschillende gebieden van wetenschap gaan elkaar overlappen en aanvullen en geleidelijk aan evolueren wij van een denken in fragmenten naar een holistische denkwijze. Deze ontwikkeling wordt in de hand gewerkt door de evolutieleer die vanuit de biologie en de biochemie een brug sloeg tussen materie, het veld van de natuurkunde, en leven om te ontdekken dat het element tijd daartussen de grenzen laat vervagen in een hiërarchie van toenemende complexiteit en bewustzijn. 

Max Wildiers wijst erop, dat de mens een metafoor nodig heeft om de complexiteit van zijn wereld te benoemen en te bevatten. Voor de middeleeuwen is dat de 'ladder' (van de hiërarchie), voor de moderne tijd vanaf Newton 'de machine' (als uitdrukking van de wereld als lopend ' uurwerk' of mechanisme). Voor onze tijd is dat het 'spel'2 of - wat de Nobelprijswinnaar I. Prigogine voorstelt - het 'kunstwerk'. "Beide metaforen drukken[...] dezelfde grondidee uit: dat de natuur niet langer deterministisch en mechanistisch kan worden geïnterpreteerd; dat op alle niveaus van de werkelijkheid wetmatigheid en spontaneïteit samengaan; dat de wereld in haar diepste wezen door zelfcreativiteit wordt gekenmerkt. Meer dan door de equaties (=vergelijkingen, red.) der quantumfysici zal deze idee in haar metaforische vertaling de cultuur van de komende eeuwen een nieuwe oriëntatie geven."

"Alles wat zich in onze wereld voordoet, gelijkt op een groot spel, waarvan bij het begin alleen de regels vaststaan. Alleen deze regels zijn het voorwerp van objectieve kennis. Het spel zelf kan niet met het geheel der regels noch met de reeks toevalligheden die zich erin voordoen geïdentificeerd worden. Het is noch het ene, noch het andere, maar beide samen, en het heeft eindeloos veel aspecten. Waar het op aan komt, is het spel in zijn veelvormigheid en symboliek zo te ontleden, dat ons wereldbeeld en onze wereldbeschouwingen in het licht van zijn afwisselende aspecten verstaanbaar worden gemaakt".

In ruim vijftig bladzijden gaat Max Wildiers vervolgens in op de procesfilosofie en theologie van A.N.Whitehead (1861-1947) en de evolutieleer van Teilhard de Chardin, die zijns inziens het beste beantwoorden aan het levensgevoel van de huidige tijd, waarin met het oog op de toekomst van zijn wereld steeds meer een beroep wordt gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van de mens om in het samenspel creatief met de regels om te gaan.

Voetnoten:

1 Karl Löwith: Gott, Mensch und Welt. in der Metaphysik von Descartes bis zu Nietzsche,1967

2.zie hiervoor o.a. M.Eigen en R.Winkler Das Spiel, 1975

Ulrich Libbrecht:"Inleiding comparatieve filosofie"

Henk Hogeboom van Buggenum


Vóór mij ligt het eerste deel van de grondige en alleszins boeiende "Inleiding comparatieve filosofie" van de oriëntalist prof. dr. Ulrich Libbrecht, verschenen bij Uitgeverij Van Gorcum (1995) onder medewerking van de School voor Comparatieve Filosofie in Antwerpen (ISBN 90-232-2845-6). Gezien de omvang, ± 550 blz., en de inhoud is het boek vriendelijk geprijsd (ƒ 69,50).

In december 1999 verscheen bij Uitgeverij Van Gorcum & Comp 'Inleiding comparatieve filosofie II - culturen in het licht van een comparatief model' - auteur: U. Libbrecht - 1999. 17*24,5 cm. XIV + 638 blz. ISBN 90 232 3303 4 Ing. f 97,50 - Zie: recensie

 

Vooruitlopend op een mogelijk uitvoeriger bespreking in één of meer volgende nummers van GAMMA wil ik onze lezers alvast aansporen dit boek te gaan bestuderen en met mij in te gaan op de kwesties, die de auteur erin aan de orde stelt. Dit temeer, daar het werk zo goed aansluit bij de problematiek van de eerder gerecenseerde werken van prof. dr. S. L. Bonting en prof. dr. M. Wildiers en meer dan eens refereert aan het werk van A. N. Whitehead en Teilhard de Chardin (zie: Verwante denkers).

"Dit is geen filosofisch boek, maar een geschrift over filosofieën. Het vindt zijn motief in de overtuiging, dat culturen [...] wel degelijk kunnen worden vergeleken, alsmede in de ethische noodzaak, dit ook werkelijk te doen. Het heeft zich verder als doel gesteld de eenzijdigheid van het rationalistisch denken aan te tonen, om aldus ruimte te scheppen voor de invloed van andere wereldbeelden dan alleen die van het westen. [...] Ik ben geen filosoof, maar een bescheiden oriëntalist, die (ambtshalve) weet wat er achter de bergen en woestijnen te koop is. Die bovendien weet, dat er, ondanks alle onvergelijkbaarheidsstrategieën, een dialoog op gang moet komen, die de wereld ontrukt aan de harde kluisters van de door de "westerse expansie" aangedreven technologie en haar financieel-economisch schaakspel, om zo weer de luiken te kunnen openen voor het licht van de zingeving. " Aldus prof. dr. Libbrecht zelf op blz. 27.

Vanuit zijn grote betrokkenheid met de vraagstukken van onze tijd, die om mondiale oplossingen vragen, en zijn enorme belezenheid ontwerpt hij met zijn Comparatief Wijsgerig Denken (CWD) een model, waarmee het mogelijk moet zijn zulke diverse culturen als met name die van China, India en West-Europa in hun wezenlijke geaardheid te vergelijken, te begrijpen, daardoor beter te waarderen en in het eigen leven te integreren.

"Elk punt is middelpunt, dus ook waar ik mij bevind," zegt hij met Nicolas Cusanus. (blz.9) En... "Ik ga uit van de idee, dat ikzelf het middelpunt ben van het universum, het 'subjective principle' waarvan ook Whitehead uitging. Het subject is de rijkste bron van informatie over alle dimensies van de werkelijkheid" (blz.l7). Zo is "elke cultuur slechts een topologische variant op de andere, en dus ook op de mijne [...] Ik heb me afgevraagd of niet alle dimensies bij elkaar een soort wereldcultuur zouden kunnen creëren. Om dit althans in principe te kunnen realiseren, is het niet voldoende om als 'peregrinus' van land naar land te trekken, talen te leren, enz. Men zal daarbij in elk geval moeten proberen boven het culturele landschap van de wereld uit te stijgen om de grote lijnen in kaart te brengen".( blz.ll)

Voor het coördinatenstelsel van deze kaart kiest Libbrecht de dimensies energie en informatie. Zij zijn twee functies, twee aspecten van dezelfde wordende realiteit. Als we energie meten impliceert deze informatie, als we informatie vaststellen, impliceert deze energie. Informatie is het vormprincipe van energie. Rond de assen energie en informatie nu situeert Libbrecht alle stadia in de evolutie. Dat wil zeggen vanaf de oerknal, waar de energie plots vrijkwam uit haar geconcentreerdheid in de singulariteit tot en met het voorlopig hoogtepunt mens. Hij ontwerpt dus een kosmologisch model met daarin geïntegreerd een antropologisch model.

Een model, dus geen theorie van de werkelijkheid. Kenmerkend voor dit model is, dat al deze theorieën erin een plaats moeten kunnen krijgen zonder dat dit afbreuk doet aan de coherentie ervan. Libbrecht bespreekt de verschillende filosofieën, culturen en religies om te zien of de jas van zijn model er ruim genoeg voor is. Hij velt dan ook geen oordeel over de juistheid of onjuistheid van bepaalde visies op de werkelijkheid: de onvolledigheid ervan moet vanuit het model zelf oplichten.

Je zou het model dan ook kunnen zien als één grote algebraïsche vergelijking, die in tekeningen is gevisualiseerd. Zoals bij algebra zijn de gebruikte codes dan als vaten, die je met inhoud kunt vullen. In ons geval de inhoud van wijsgerige stelsels, opvattingen, wereldbeelden, religies en dergelijke. Libbrecht bouwt zijn model zorgvuldig en glashelder op. Om zijn uiteenzetting over de diverse begrippen als ziel, zijn en niet-zijn, kracht (Chinees ch'i), enzovoort leesbaar te houden en toch zo volledig mogelijk, gebruikt hij voetnoten. Ze staan er bij elke bladzijde, in een prettig leesbare letter. Totaal ongeveer 1500. Hierin gaat Libbrecht in op hetgeen denkers vóór hem over het onderwerp hebben gezegd. Het vormt een neerslag van meer dan dertig jaar lezen en studeren. De alfabetische bibliografie achter in het boek omvat 25 bladzijden met ongeveer 900 titels.

Het zal uit het bovenstaande duidelijk zijn, dat het in het korte bestek van deze recensie ondoenlijk is een goed beeld te geven van het comparatief model in zijn uiteindelijke vorm. Bovendien is het boek niet af. In een tweede deel - waarnaar bij herhaling wordt verwezen - volgen nog acht hoofdstukken over wereldbeschouwingen gebaseerd op submodellen, de dynamiek van het systeem, maatschappij en economie, ethiek enz. Ik zou echter Ulrich Libbrecht tekort doen, als ik niet in enkele zinnen op het uitzonderlijk grote belang van het door hem ontwikkelde model voor onze tijd zou wijzen.

Het model van Libbrecht maakt eens te meer inzichtelijk, dat de evolutie gekenmerkt wordt door dynamiek. We worstelen nog steeds met de resten van een denken in 'zijnden', vaststaande gegevenheden, entiteiten. De verschijnselen, die zich aan ons voordoen, zijn echter voortdurend in wording. De evolutie is een proces van zich bevrijdende energie. In de mens, de homo sapiens, heeft zich een hoeveelheid energie vrijgemaakt, waarmee hij het proces op creatieve wijze kan intensiveren. Uit het model blijkt, dat deze vrije energie op drie manieren wordt aangewend:

  • Door haar te richten op de natuurlijkheid, het immanente worden. In dit geval is het subject (S) opgenomen in het objekt (O). We zien dit bijvoorbeeld in de Chinese filosofie. Hierin wordt de intentionaliteit van de biologische ritmen als het 'tao' (de weg) aangeduid. De ethische opdracht - het bevel van de hemel - is voor iedere mens te leven in overeenstemming met deze ritmen en met zijn talenten. De taal, waarin men in deze gerichtheid de verschijnselen probeert te vangen is die van de metafoor, bij Libbrechts de mu-taal genoemd.
  • Door haar te richten op de rationaliteit. De mens transcendeert (overstijgt) daardoor zijn mogelijkheden. We zien dit met name in de dominantie van wetenschap en techniek in Amerika en Westeuropa. Het subject (S) neemt daarin zo veel mogelijk afstand van het object (O). De taal, die men hier bezigt zal er idealiter naar streven zo objectief mogelijk te zijn, zich in coderingen te ontwoorden. Daartoe gebruikt hij de lambda-taal.
  • Door haar te richten op de emotionaliteit, de beleving van de werkelijkheid. Vooral in de culturen van Indië zien we deze gerichtheid op de mysticiteit, die in de mystiek haar hoogste vervulling vindt. Daar valt het subject samen met het object (S = O) en zwijgt de taal, volledig ontbeeld. Maar voordat dit ideaal wordt bereikt uit men zich in beeldrijke taal, in symbolen. De taal van de mysticiteit is de sigma-taal, de taal van de symbolen, slechts verstaanbaar voor hen die de beleving delen.

De vraag die Libbrecht stelt, is: "Kunnen deze drie benaderingswijzen zich vervlechten tot één wijze, die mij toegang geeft tot het "Zijn" (blz. 230, fig. 41). Voor mij spreekt uit deze vraag dezelfde geest als uit de oproep van Teilhard de Chardin aan allen om zich in te spannen de krachten te bundelen, in de wetenschap én in dagelijkse gerichtheid op de ander, en bovendien uit zijn beleving van de mystieke eenheid met de schepper. Waarom Libbrecht dan het bereiken van eenheid in verscheidenheid enerzijds op "het punt omega" als een "idealistische en gewaagde extrapolatie" ziet, maar anderzijds als realistisch "op de tijdschaal van een kosmische kalpa" (= 4320 milj.jr. / blz.22) kan ik niet met elkaar rijmen.

SECUNDAIRE LITERATUUR - TEILHARD DE CHARDIN


(N.B. schrijvers van bibliografieën zijn vetgedrukt - aanvullingen van lezers zijn welkom, zoals ook toezendingen van boeken voor onze Stichtingsbibliotheek)

----- ------, Internationale Zeitschrift für Theologie, 19e jrg., Heft 6/7, 1983, S. 406-497

Altner, Günther, Schöpfungsglaube und Entwicklungsgedanke in der protestantischen Theologie zwischen Ernst Haeckel und Teilhard de Chardin, Zürich 1965

Auer, Johann & Ratzinger, J., Bd. III der kleinen katholischen Dogmatik, 1975, 576 p. (hierin ook opvattingen over het leven op buitenaardse planeten).

Auersperg, prof. dr. Alfred, Poesie und Forschung. Goethe - Weizsäcker - Teilhard de Chardin, Beiträge aus der Allgemeinen Medizin 18. Heft, F.Enke Verlag, Stuttgart 1965

Balthasar, Hans Urs von, Kritik an Teilhard de Chardin: Heilsgeschichte und Weltgeschichte, In: Der christliche Sonntag 30.08 en 06.09.1964/Freiburg 1964

Balthasar, Hans Urs von, Die Spiritualität Teilhard de Chardins, In: Wort und Wahrheit 18, blz. 339-350

Barbour, George B., Unterwegs mit Teilhard- Auf den Spuren des Lebens in drei Kontinente.Mit einem Vorwort von Julian Huxley, Walter-Verlag Olten und Freuburg im Breisgau, 1967

Barbour, Ian G., Science and religion, 1968, 323 p.

Bartélémy-Madaule,M., Bergson et Teilhard (vertaald in het Duits als: Bergson und Teilhard/Anfänge einer neuen Welterkenntnis), Paris 1963 (Olten, 1970)

Bartélémy-Madaule,M., La personne et le drame humain chez Teilhard de Chardin, Paris 1962

Bartélémy-Madaule,M., La personne dans la perspective Teilhardienne: Recherches et débats du centre catholique des intellectuels français, In: Cahiers 40, p. 76 ff, October 1962

Beinert, Wolfgang, Christus und der Kosmos 

Berry, Th., The phenomenon of man: forty years later, In Zonneveld, Leo The desire to be human

Blackwell, Richard J., A Bibliography of the Philosophy of Science1945 - 1981, compiled by..., Greenwood Press, 1983 (op TdC slaan de nrs. 7099; 7149;7261;7293; 7297-98;7307)

Brinktrine, Johannes, Dogmatik Bd. III - Die Lehre von der Schöpfung, 1956, 365 p. (de schrijver staat hierin afwijzend tegenover TdC's visie)

Broch, Thomas, Das Problem der Freiheit im Werk Teilhard de Chardins, 1977

Carp, prof. dr. E.A.D.E., Teilhard, Jung en Sartre over evolutie, Aulaboek 426, Uitg. Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen 1972

Charbonneau, Bernard, Teilhard de Chardin, Profeet van een totalitair tijdperk, Kruseman, Den Haag 1966

Cognet, Louis, Le Père Teilhard de Chardin, et la penseée cvontemporaine, Paris 1952

Crespy, G., La pensée théologique de Teilhard de Chardin (vertaald in het Duits als: Das theologische Denken TdCs, Nederlands: Het theologische denken van TdC), Paris 1961 (Stuttgart 1964, Aulapocket 263 Het Spectrum 1966)

Crespy, G.,Der Gott für uns, Stuttgart 1968

Cuénot, Claude, Pierre Teilhard de Chardin, les grandes étapes de son évolution, (vertaald in het Duits als: PTdC Leben und Werk), Paris 1958 (Dts. Olten 1966)

Cuénot, Claude, Teilhard de Chardin (Nederlands: TdC/leven, visie, werk), Ed. du Seuil, Paris 1963 (Het Spectrum Utrecht 1967)

Cuypers, Hubert, Pour ou contre Teilhard, Carnets Teilhard 4, Ed. universitaires, Paris 1962

Daecke, Sigurd Martin, Teilhard de Chardin und die evangelischeTheologie, die Weltlichkeit Gottes und die Weltlichkeit der Welt, Göttingen, 1967

Daniélou, Jean sj., Gottes Wiederentdeckung - Die Bedeutung Teilhard de Chardins für die Gegenwart, In Wort und Wahrheit 17, p. 517-528, 1962

Delfgaauw, dr. Bernard, Teilhard de Chardin, Het Wereldvenster, Baarn 1961

Devaux, André A., Teilhard en Saint-Exupéry, Lannoo/Tielt en Den Haag, 1964

Dickson, D., Radial energy and the first principles of science, In Zonneveld, Leo The Desire to be human

Dietsche, Bernward OP, Zum kosmischen Christus, In Acta Teilhardiana VIII, H.1,S.13-31, München 1971

Dietsche, Bernward OP, L'Optimisme chez Pierre Teilhard de Chardin, Cahiers PTdC 5, p. 143 ff, Paris 1965

Dolch, Heimo, Grenzgänge zwischen Naturwissenschaft und Theologie, 1986, 430 p.

Dodson, Eduard O., The Phenomenon of man revisited/A biological viewpoint on Teilhard de Chardin, Columbia University Press/New York 1984

Domenach, Jean Marie, Le personalisme de Teilhard de Chardin, In: Esprit 31, Paris 1963, p. 337-365

Fabel, A., Teilhard de Chardin and the new scientific synthesis, In: Zonneveld, Leo The desire to be human

Ferguson, M., The Mandate of Our Collective Real Self, In: Zonneveld, Leo The desire to be human

Fernando, Mervyn, Pierre Teilhard de Chardin: An Outline of His Thought on The History of Mankind, In: Zonneveld, Leo The desire to be human

Fiolet, dr. A. (O.F.M.), Menswording en wording van de mens - Geloof en wetenschap in het denken van Teilhard de Chardin, Geert Groote Genootschap, 's Hertogenbosch 1963

Gibellini, R, Teilhard de Chardin, 1982

Giebels, Lambert J., Ontwikkeling van het democratisch denken, Uitg. Bres

Glässer, Alfred, Konvergenz, die Struktur der Weltsumme Pierre Teilhard de Chardins, Kevelaar, 1970

Gray, Donald, The one and the many. The theory of union of Teilhard de Chardin, London 1969

Grenet, B., Pierre Teilhard de Chardin ou le philosophe malgré lui, Beauchesne, Paris 1960 (en in het tijdschrift 'Etudes' 1960 nr. 306 p. 138 ff )

Guggenberger, Alois, Teilhard de Chardin/ Versuch einer Weltsumme, Mainz 1963

Günther, J., Die Schwierigkeiten mit Teilhard de Chardin, In: Frankfurter Allgemeine Zeitung 3.8.1962 p. 24

Haas, Adolf sj., Teilhard de Chardin-Lexikon. Grundbegriffe, Erläuterungen, Texte, 2 Bände,Freiburg, 1971

Haas, Adolf sj., L'être et le devenir, Création et évolution dans la conception du monde de Teilhard de Chardin: TdC et la pensée catholique, In: Colloque de Venise, Paris 1965, p. 125-132

Haas, Adolf sj., Schöpfungslehre als 'Physik' und Metaphysik' des Einen und Vielen bei Teilhard de Chardin, nach der Schrift 'Comment je vois'. In: Scholastik 39, Frankfurt 1964, p. 321-342 ne p. 510-527

Haas, Adolf sj., Welt in Christus - Chritus in Welt - Darstellung und Deutung der geistlichen Welt bei Teilhard de Chardin, In: Geist und Leben 37, München 1964, p. 98-110;184-201;272-279;358-375;441-459

Haas, Guido, Die Welsicht von Teilhard und Jung - Gegensätze, die sich vereinen. Walter- Verlag, Olten 1991

Heinze, Jürgen, Gott im Herzen der Materie - Die Struktur der Zeit als Grundlage christlicher Rede von Gott im Kontext der modernen Physik, Börengässer, Bonn 1996

Hemleben, Johannes, Teilhard de Chardin in Selbstzeugnissen und Bilddokumenten, Rowohlts Monographien, Reinbek bei Hamburg, 1966

Hengstenberg, Hans Eduard, Mensch und Materie - Zur Problematik Teilhard de Chardins, Stuttgart 1965

Hengstenberg, Hans Eduard, Untersuchungen zur Christologie Teilhard de Chardins, In: Wissenschaft und Weisheit 26 en in: Mensch und Materie S. 131-146, 1963, resp. Stuttgart 1965

Hengstenberg, Hans Eduard, Evolution und Schöpfung, In: Salzburgere Studien zur Philosophie Bd. 8, München 1963

Hourani, B., Teilhard's Ecumene: Empire or Commonwealth, In: Zonneveld, Leo The desire to be human

Houston, Jane, Walking the dog with Mr.Thayer, In: Zonneveld, Leo The desire to be human

Hübner, Jürgen, Der dialog zwischen Theologie und Naturwissenschaft, Kaiser-Verlag, München 1987, 522 Seiten (met veel verwijzingen naar TdC)

Hübner, Jürgen, Teilhard de Chardin, 1968, 93 Seiten.

Jarque, Joan E., Bibliographie générale des œvres et articles sur Pierre Teilhard de Chardin parus jusqu'à fin décembre 1969, Fribourg, Suisse, 1970, 2228 titels.

Klein, W., Teilhard de Chardin und das zweite Vatikanische Konzil, 1975

Kopp, Josef Vital, Entstehung und Zukunft des Menschen. Pierre Teilhard de Chardin und sein Weltbild, Luzern-München 1961

Kübler-Ross, E., My teachers on life and living, In: Zonneveld, Leo The desire to be human

Langlois, Jean, Teilhard et la troisième vague d'Alvin Toffler, In: Zonneveld, Leo The desire to be human

Lauriers, Guérard des, La démarche du Père Teilhard de Chardin, In: Divinitas 3, 1959, p. 247 ff

Leroy, P., Teilhard de Chardin: Belief and Doubt at the Last frontiers of science, In: Zonneveld, leo The desire to be human

Lubac, Henri de, sj., La pensée réligieuse de Père Teilhard de Chardin, Mayenne 1962 

Lubac, Henri de, sj., Teilhard de Chardins religiöse Welt, Freiburg 1969 

Lukas, Mary, Teilhard, prophet of science, In: Zonneveld, Leo The desire to be human

Lukas, Mary en Ellen, Teilhard, Mens-priester-geleerde,(vertaald uit het Engels: Teilhard, the man, the priest, the scientist, New York 1977), Gooi en Sticht, Hilversum 1981

Lüke, Ulrich, Bio-Theologie - Als Anfang schuf Gott...Zeit, Evolution, Hominisation, Schöningh, Paderborn, München,Zürich 1997

Madaule, Jacques, Teilhard de Chardin - Een eerste kennismaking met zijn leven en denken, Uitgeverij Helmond 1963

Magliore, George, Klein Teilhard Album, (uit het Frans: Album Teilhard), Lannoo/Tielt-Den Haag 1963

Magliore, George en Cuypers, Hubert, Pierre Teilhard de Chardin, De Vroente, Kasterle, 1962

Marneffe, J. de, Teilhardian Thought as a methodology for the discernement of socio-cultural options in an evolutionary world, In: Zonneveld, Leo The desire to be human

Martelet, G., Les grandes intuitions chrétiennes de Teilhard, In: Zonneveld, Leo The desire to be human

McCarthy, Joseph, Teilhard de Chardin - Bibliography, 1981, 4317 werken

McGurn, M., Responsible action: Survival into the future, In: Zonneveld, Leo The desire to be human

Meurers, Josef, Die Sehnsucht nach dem verlorenen Weltbild - Verlockung und Gefahr der Thesen Teilhard de Chardins, München 1963

Meyer, François, Teilhard en de grote expansie van de levende wereld (vertaald uit het Frans: Teilhard et les grandes dérives du monde vivant), Lannoo/Tielt-Den Haag, 1965

Mooney, Christopher F. sj., The body of Christ in the writings of Teilhard de Chardin, In: Theological Studies 15, 1964, p. 494 ff.

Mooney, Christopher F. sj., Teilhard de Chardin et le mystère du Christ, Paris 1968

Montenat, Christian, How to read the world, 1985

Mortier, J., Teilhard's passionate quest, In: Zonneveld, Leo The desire to be human 

Mortier, Jeanne M., Avec Teilhard de Chardin 'Vues ardentes', Paris 1967 

Morvan, M. le, Teilhard de Chardin: reflections on his discipleship, In: Zonneveld, Leo The desire to be human

Muller, Robert, My five teilhardian enlightenments, In: Zonneveld, Leo The desire to be human

Pannenberg, Wolfhart, Geist und Energie. Zur Phänomenologie Teilhard de Chardins, In: Acta Teilhardiana VIII, H.1 S. 5-12, München 1971

Pfeffer, Wilhelm, Christus-Omega, 1979

Pfleger, Karl, Christusfreude - Auf den Wegen Teilhard de Chardins, Frankfurt 1973

Pfleger, Karl, Nein, es steht nicht schlecht um Teilhard de Chardin, In: Christ und Gegenwart 19, Freiburg 1967, p. 380 ff.

Pluzanski, Tadeusz, Teilhard today: a marxist's view, In: Zonneveld, Leo The desire to be Human

Podeur, Lucien, Modernes Weltbild und christlicher Glaube, 1976

Polgar, Ladislaus, Internationale Teilhard-Bibliographie 1955-1965, Freiburg im Breisgau, 1965, 260 titels.

Rabut, Olivier, Dialoque avec Teilhard de Chardin, Paris 1958 

Rabut, Olivier, Gespräch mit Teilhard de Chardin. Naturwissenschaftliche, philosophische und theologische Diskussion seines Werkes, Freiburg, Basel, Wien 1963

Revis, Paul, Filosofie van het numineuze. Beschouwingen over Jung en religie, Uitg.Damon 1998. Bevat het hoofdstuk Jung en Teilhard de Chardin - Voorlopers van de Nieuwe Tijd (p. 79-91)

Rideau, Emile, La pensée du Père Teilhard de Chardin, Paris 1963

Riedl, R. Reflections on a great human being, In: Zonneveld, Leo The desire to be human

Roemer, Arsène Michael, Die Phänomenologie von Pierre Teilhard de Chardin, ausgelegt im Sinne der grundlage einer Theorie integrativer Erkenntnisbegründung, Mainz 1972

Rust, Eric C., Evolutionary Philosophies and Contemporary Theology, 1969, 256 p.

Scheffczyk, Leo, Die Christogenese Teilhard de Chardins und der kosmische Christus bei Paulus, In: Tübinger theologische Quartalschrift jrg. 143, 1963, S. 136-174.

Schellenbaum, Peter, Le Christ dans L'Energétique Teilhardienne, Paris 1971

Schellenbaum, Peter, Die Christologie Teilhard de Chardins, In: Theologische Berichte 2, Zürich-Einsiedeln-Köln 1973, S. 223-274

Schiwy, Günther, Teilhard de Chardin, sein Leben und seine Zeit- Bd. 1: 1881-1923, Kösel-Verlag München, 1981

Schoneveld, Anton J., Van waterstof tot wederkomst, 1976

Schmitz-Moormann, Karl, On the need to rewrite the story of creation, In: Zonneveld, Leo The desire to be human

Schmitz-Moormann, Kark, Teilhard de Chardin, 1986, Deutsch - 459 Seiten

Schmitz-Moormann, Karl, Materie-Leben-Geist/ Evolution als Schöpfung Gottes, Grünewald-Verlag Mainz, 1997

Schneider, Stefan, Vom Sinn der Menschwerdung bei Nikolaus Cusanus und Teilhard de Chardin, In: Acta Teilhardiana IX, H. 1, München 1972, S. 30-60

Schneider, Stefan, Teilhard de Chardins Weltbild, Vision oder Wissenschaft? Unveröffentlichte Lizentiatenarbeit, Trier 1966 

Schneider, Stefan, Die kosmische Größe Christi als Ermöglichung seiner universalen Heilswirksamkeit an Hand des kosmogenetischen Entwurfes Teilhard de Chardins und der Christologie des Nikolaus von Kues, Verlag Aschendorff, Münster, Bd. VIII der Buchreihe der Cusanus-Gesellschaft, 1979

Skolimowski, Henryk, Evolutionary Illuminations, In: Zonneveld, Leo The desire to be Human

Skolimowski, Henryk, Het Theater van de Geest, Uitg. Mirananda, Den Haag 1992

Smulders, dr. P. sj., Het visioen van Teilhard de Chardin, Desclee de Brouwer, Brugge-Utrecht, 1962

Stikker, Allerd, Tao, Teilhard en Westers Denken, Bres 1986

Stikker, Allerd, De prijs van een wonder/ Naar andere modellen voor onze toekomst, Bres 1988

Stikker, Allerd, The interdisciplinary integration and dualism in society, In: Zonneveld, Leo The desire to be human

Swimme, Brian, Ontwakend heelal (met voorwoord van Allerd Stikker), Bres 

Szekeres, Attila, Le Christ cosmique de Teilhard de Chardin, Textes rassemblés et présentés, Paris 1969

Szekeres, Attila, Heil en heelal, 1974 

Tanner, R.G., Neo-Stoicism in Teilhard de Chardin, In: Zonneveld, Leo The desire to be Human

Terhal, P.H.J.J., World Inequality and evolutionary convergence. A confrontation of the theory of Pierre Teilhard de Chardin with dualistic integration. Proefschrift Erasmus-Universiteit 14-01-1988, Uitg. Eberon, Delft 1987 

Terra, Helmut de, Teilhard als reisgenoot (Uit het Duits vertaald: Mein Weg mit TdC, Verlagsbuchhandlung C.H.Beck, München), Het Wereldvenster, Baarn 1963

Terra, Helmut de, Bibliographie des deutschsprachigen Schrifttums von und über Teilhard de Chardin 1955-1964, Uitg. Werner Reimers-Stiftung für anthropogenetische Forschung, Frankfurt, 1965, 137 titels

Teuben, Herman N., De nieuwe openbaring van de kosmische evolutie, Van Grocum, 1963

Tillich, Paul, Systematische Theologie, in Bd. I en Bd. III veel gemeenschappelijks met TdC

Towers, Bernard, Concerning Teihard de Chardin, 1969, 254 p.

Tresmontant, Claude, Einführung in das Denken Teilhard de Chardins, Freiburg-München, 1969

Trinité, Philippe de la (OCD), Rome et Teilhard de Chardin, Paris 1964

Truhlar, Karl Vladimir, Teilhard und Solowjew. Dichtung und religiöse Erfahrung, Freiburg-München, 1969

Viallet, F.A., Voor en tegen Teilhard - Teilhard de Chardin in de kritiek, Paul Brand Hilversum-Antwerpen, 1967

Wildiers, Max, The fundamental experience of Teilhard de Chardin, In: Zonneveld, Leo The desire to be human

Wildiers, Max, Het wereldbeeld van Pierre Teilhard de Chardin, Uitg. N.V.Standaard-Boekhandel, Antwerpen-Amsterdam 1961

Wildiers, Max, Teilhard de Chardin, Herder-Verlag, Freiburg-Basel-Wien, 6. Auflage 1965

Wildiers, Max, Kosmologie in de Westerse Cultuur, Uitg. Pelckmans 1989 (vooral p. 248-260)

Wildiers, Max, De vijf vreugden van de geest, Uitg. Pelckmans 1996 (3e druk) (vooral p. 55-65 en 118-129)

Zaehner, R.G., Evolution in Religion. A study in Sri Aurobindo and Pierre Teilhard de Chardin, Uitg. Clarendon Press, Oxford, 1971

Zeier, H., Consciousness: Lessons of the new psychology, In: Zonneveld, Leo The desire to be human

Zemen, Herbert, Evolution des Rechts. Eine Vorstudie zu den Evolutionsprinzipien des Rechts auf anthropologischer Grundlage, In de serie boeken: Forschungen aus Staat und Recht, Bd. 65, Springer verlag Wien/New York 1983

Zhou Ming Zhen & Li Yan Xian, Teilhard's Contribution to Science in China, In: Zonneveld, Leo The desire to be human

Zolotariova, I.M., The biological unity of mankind, In: Zonneveld, Leo The desire to be human 

Zonneveld, Leo, Humanity's Quest for Unity. A United Nations Teilhard Colloquium, First publication in the series: 'Visionaries of World Peace' in celebratoion of 40 years United Nations and the International Year of Peace', Mirananda, Wassenaar 1985

Zonneveld, Leo, The desire to be human, Artikel in: The desire to be human, Uitg. Mirananda, Wassenaar 1983, p. 323-335

Zonneveld, Leo en Muller, Robert, The desire to be human/ A global reconnaissance of human perspectives in an age of transformation, written in honour of Pierre Teilhard de Chardin, International Teilhard Compendium, Mirananda Publishers bv., Wassenaar 1983

Zubov, A.A., Teilhard de Chardin's Contribution to theTheory of Evolution, In: Zonneveld, Leo The desire to be human

JSN Mico template designed by JoomlaShine.com